Armoede in Brussel / Pauvreté à Bruxelles Bekijk groter

Armoede in Brussel / Pauvreté à Bruxelles

9789064454011

Sold out

Datasheet

Uitgeverij EPO
Jaar van uitgave 2006
Bindwijze paperback
Aantal pagina's 352p.

Meer informatie

15% van de Belgen leeft onder de armoedegrens. Meer dan 20% van de Brusselaars leeft in armoede. Eén op 20 Brusselaars is afhankelijk van OCMW-steun. Meer dan een vierde van hen leeft in een huishouden zonder betaald werk, of in een huishouden dat de gezondheidszorgen uitstelt omwille van financiële redenen. En het Brusselse armoedebeleid? De aanbevelingen uit de Brusselse armoederapporten bleven al te vaak dode letter. In 2005 verscheen er geen Brussels rapport meer.
Dit boek zet armoede terug op de politieke agenda. Het schetst een beeld van de armoede in Brussel vanuit verschillende invalshoeken: van onderzoekers, Brusselse welzijnsorganisaties, straathoekwerkers, armoedeorganisaties en van mensen die zelf in armoede leven. Een tweetalig nood-armoederapport voor Brussel, én een voorstel tot aanpak: een 'Brussels Urgentieplan Armoedebestrijding'. Ook de petitiecampagne wordt voorgesteld.

Met een voorwoord van Ricardo Petrella.
Tweetalig boek

Auteurs

Jan Béghin

Jan Béghin [red.] zetelt in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Hij was ook Vlaams volksvertegenwoordiger van 1997 tot 1999. Hij stond aan de wieg van o.a. het Sociaal Impuls Fonds in Brussel. Armoede in Brussel / Pauvreté à Bruxelles is zijn eerste boek.


Persartikels

De Morgen (27-05-2006)
Interview met Jan Béghin door Kris Hendrickx.

De Tijd (20-05-2006)
Brussel is nog steeds een bruisende stad. Maar de armoede rukt op. 'Armoede in Brussel' schetst een genadeloos maar noodzakelijk beeld van de situatie in de hoofdstad.

De Standaard (16-05-2006)
Met het boek Armoede in Brussel/Pauvreté à Bruxelles wil het Brusselse parlementslid Jan Béghin (SP.A) armoede opnieuw op de politieke agenda plaatsen. Het boek schetst een beeld van de armoede in de hoofdstad.

Het Nieuwsblad (16-05-2006)
Volgens Brussels Parlementslid Jan Béghin (SP.A- Spirit) is de Brusselse politiek niet meer geïnteresseerd in de armoedeproblematiek in de hoofdstad. Terwijl die volgens hem alleen maar groeit. Dus schreef hij een boek om het probleem aan te kaak te stellen.

Dit boek kwam ter sprake in volgende radio- en/of tv-programma's

  • 14/05/2006 - Jan Béghin op VRT-Radio 1-Het salon (tussen 11 en 13 uur)
  • 14/05/2006 - Jan Béghin op FM Brussel (rond 16 uur)
  • 15/05/2006 - Jan Béghin op VRT-Radio 1-Lopende Zaken

Guido Fonteyn, journalist en schrijver
Ik heb uit dit werk veel geleerd, maar leg de nadruk op twee elementen.
Ten eerste, dat de rijkdom op wereldschaal sterker toeneemt dan de armoede (Petrella). In zijn bijdrage lees ik ook dat de rijke landen het probleem van de armoede doorschuiven naar lagere besturen, en naar de bevolking: wij zijn hier dicht bij de negentiendeeuwse liefdadigheid. Vlaanderen heeft teveel én onder de armoede én onder deze verstikkende vorm van liefdadigheid geleden om te beseffen dat zulks op wereldschaal niet kan. Het probleem is de vrije markt, het complete liberalisme. (Een Rus koopt de duurste Picasso aller tijden, een andere Rus liefhebbert met Chelsea. Bij ons kijken te velen daar met bewondering naar. Ook in Vlaanderen is dé norm: geld). De vrije markt moet in vraag worden gesteld, en niet alleen de armoede, of de rijkdom.
Ten tweede. Bij Luc Top en Loredana Marchi leer ik dat Vlaanderen moet af geraken van zijn taalcomplex, en moet ophouden migranten te wijzen op hun "tekortkomingen" en "achterstand" wat de kennis van de Nederlandse taal betreft. De achterstand van allochtone leerlingen heeft met veel meer te maken dan alleen maar taal, want die factor weegt minder zwaar - zo blijkt uit onderzoek - dan de ondersteuning door ouders, het optreden van de leerkrachten, en de perspectieven op de arbeidsmarkt. Het taalbeleid in Vlaanderen blijft defensief, alleen gericht op de verwerving van Nederlands, terwijl in Wallonië het meertalig onderwijs een succes wordt. Dit klopt met mijn ervaringen als observator in Wallonië en in Vlaanderen. Dat deze bevestiging zijdelings geschiedt, middels een hoogstaand werk over de armoede, maakt ze nog algemener, en dus belangrijker.


Geert van Istendael, schrijver, over het boek Armoede in Brussel
Dit is een verbijsterend boek. Natuurlijk weet je wel dat armoede onze stad aanvreet. Loop een half uur door Brussel en kijk om je heen. Maar het is toch iets anders als je de gegevens en de cijfers die onderzoekers en veldwerkers geduldig bij elkaar hebben gezocht eens allemaal bij elkaar ziet staan tussen de kaften van één boek. Dit boek geeft ons een nauwkeurig gedocumenteerd inzicht in de realiteit van de Europese hoofdstad. Het is de ruimte van het volledig leven, als ik hier even de grote dichter Lucebert mag citeren, en die realiteit is veel breder en morsiger en zorgwekkender dan wat gewoonlijk dé realiteit wordt genoemd. Ik vind dit ook geen optimistisch boek en dat is bedoeld als lofprijzing. Maar het is wel een noodzakelijk boek.
Ik neem bij wijze van voorbeeld twee factoren van armoede die grondig en veelzijdig worden geanalyseerd: huisvesting en werk.
Het percentage sociale woningen in Brussel is uiterst gering en is al heel lang veel te laag. Het is onmogelijk dat oeroude gegeven op korte of zelfs middellange termijn ten goede te keren. Beleidsgewoonten die al tientallen jaren bestaan, verander je niet van vandaag op morgen. En de tijd dringt als nooit tevoren.
Het peil van de werkloosheid in Brussel is weerzinwekkend hoog. Ook dat is een taai gegeven. Het is des te taaier omdat het beleid op alle niveau's, van Europa via federaal België tot gewest, zweert bij de vrije markt. Welnu, vrije markt is totaal onverschillig voor werkloosheid. Met andere woorden, het systeem dat voor al onze beleidsmakers een geloofspunt is kan het probleem van de werkloosheid niet oplossen, zelfs niet in de hoofdstad van Europa.
Bijna alle bijdragen zijn van een opmerkelijk hoge kwaliteit. Slechts één of twee hebben me teleurgesteld. De bijdrage van Ramón Peña-Casas vind ik hallucinant slecht. Het is een volstrekt onbegrijpelijke brij van eurocratisch jargon. Maar nog hallucinanter dan de pretentieuze taal is dit. De steller schrijft zelf dat de E.U. net iets meer dan één euro per arme Europeaan uittrekt voor armoedebestrijding (zeventig miljoen armen à vijfenzeventig miljoen euro). De Europese Unie is het rijkste imperium uit de wereldgeschiedenis. Ik laat de conclusie over aan de lezer.


Karel Gacoms, Provinciaal Secretaris CMB / ABVV
Na het lezen van dit boek kan je niet anders dan de oproep tot het opstellen van een 'Brussels Urgentieplan Armoedebestrijding' onderschrijven. De prangende getuigenissen en de gefundeerde beschouwingen verplichten je daar nu eenmaal toe. De oproep tot het welvaartsvast maken van de minimuminkomens is een vakbondsklassieker, die even klassiek door de beleidsverantwoordelijken niet ter harte wordt genomen.
Deze oproep verplicht de vakbond en het vakbondslid even stil te staan bij zijn dagelijkse actie. Ja, de vakbond biedt diensten aan aan bepaalde categorieën van armen. De vakbond betaalt werklozen, geeft huurdersadvies. De vakbeweging vertolkt rechtmatige eisen die ten goede komen van de armen, zoals de welvaartsvastheid van de uitkeringen. Maar de echte mobilisaties van de vakbond, stijl generatiepact, gaan uit van de werkenden, de haves. Het zijn de werkenden die de vakbondsstructuren bemannen (juist, vooral mannen) en hun belangenbehartiging staat dan ook centraal in de syndicale acties.
Als bewoner van Brussel leer je leven met de zichtbare armoede. Daklozen, bedelaars, mensen zonder papieren… Wie leeft en beweegt in Brussel kan er niet naast. Wellicht behoren we tot de toleranten, die de armoede wel kennen, maar vinden dat de overheid tekortschiet. De cijfers plaatsen ons echter voor een andere realiteit. 20% van de Brusselaars leeft onder de armoedegrens. Deze have nots zijn amper vertegenwoordigd in de syndicale structuren, staan amper op de lijsten bij de politieke verkiezingen. Deze Brusselaars zijn niet aanwezig bij de opening van de KVS, gaan niet naar zwaar gesubsidieerde festivals en evenementen. Zij grijpen naast allerhande bouw- en renovatiepremies, aangezien een eigen huis tot het rijk der dromen behoort. De arme gepensioneerde neemt misschien een gratis bus om een ziek familielid te bezoeken, maar een uitstapje naar Blankenberge is voor de gepensioneerde met een voordeliger pensioen.
Deze have nots maken geen deel uit van de netwerken. Achter hun gevel zappen zij weg van het ene programma naar het andere. Bij de verkiezingen zappen zij weg van de partij van de hardwerkende Vlaming en van de partij van het zwembad- en flitspaalsocialisme naar de partij van de frustratie. Armoede is zoveel meer dan gebrek aan dak en papier, armoede heeft vaak een negatieve stem.
De arbeiders slaagden erin zich te emanciperen vanuit hun machtspositie op de arbeidsmarkt. Hieruit ontwikkelden zij sterke organisaties met een offensieve strategie naar een betere samenleving. Een strategie die ook andere lagen van de bevolking kon enthousiasmeren. Hun vertegenwoordigers en hun kinderen veroverden politieke mandaten. De verovering van de macht kon beginnen. De have nots hebben vooralsnog geen sterke organisaties, geen verkozenen. De politiek doet het voorlopig vooral met BV's en eigen kinderen. En dan schrikken als de zondag zwart kleurt.
Je merkt het, het boek van Jan Béghin interpelleert de politiek, de vakbond, mezelf. Dit op zich is al een succes en misschien een aanzet tot een herbronning van 'ons' socialisme, gebaseerd op gelijkheid en solidariteit.


François Martou, ancien président du Mouvement ouvrier chrétien (MOC)
Félicitations à Jan Beghin et à tous ceux qui ont collaboré à ce livre qui crie vengeance au ciel… et à la région de Bruxelles qui ne publie plus de livre blanc sur la pauvreté.
De Jésus à John Rawls, une société se juge à la situation qui est faite aux pauvres. Les inégalités ne sont moralement acceptables que si la situation des plus pauvres y est meilleure que dans une autre société. Bruxelles doit elle être maudite comme Sodome et Gomore?
Ce n'est pas une question de fatalité. L'action publique et l'action associative trouvent leur pleine justification dans la lutte contre les inégalités. Encore faut-il y mettre les moyens.
L'action contre la pauvreté n'est cependant pas qu'une question d'argent mais c'est une condition nécessaire à un plan d'action multidimensionnel. Bruxelles, la Belgique et l'Europe doivent faire plus et mieux pour la justice et contre la pauvreté à Bruxelles, capitale Européenne.
Einstein disait déjà en 1935: Si vous voulez lutter contre le fascisme, occupez vous d'abord d'une chose : l'emploi ! La question du chômage est donc centrale dans une action intégrée contre la pauvreté. Mais vous avez bien raison d'ajouter le logement, la santé, l'école, la culture, etc.
Mener une politique émancipatrice tourne le dos aux "assujetis" et à la charité. Développer l'autonomie des pauvres afin qu'ils soient au centre de l'action, nécessite donc de bien réfléchir à la place des travailleurs sociaux et de la contractualisation de l'aide.
Ce livre montre aussi l'importance de cette "communauté" de pauvres et d'exclus qui compte près d'un quart de la population. Comment penser et agir la ville et la région sans eux. Lutter contre la pauvreté fait donc partie d'un projet progressiste pour la ville et la région. Plaisir et fierté de me retrouver en accord avec un vieux camarade de l'action sociale comme Jan Béghin ainsi qu'avec de nombreux amis croisés dans l'action sociale et politique.