Thesaurus Privatus Bekijk groter

Thesaurus Privatus

9789079202454

Verkrijgbaar

De dichtbundel Thesaurus Privatus, geschreven in 2015, is het eerste deel van een driedelig lyriekproject.

Meer details

35,00 € incl. btw

Datasheet

colofongebonden softcover met omslag (17 x 21 cm) - 80p.
Uitgeverijhet balanseer
Jaar van uitgave2017

Meer informatie

Drilkuiten

Slechts langzaam komen zij tot rust,
de drilkuiten. Topografisch zijn zij
de vlek die purperrode golven jaagt
door de glazen zuil van haar lichaam.
Wie had ooit gedacht dat schaamlip en
kittelaar eerst finaal uitroeptekens
van de verscholen afbuigmagneet
konden zijn! Wie het waagde de welving
tussen knie en enkel te strelen,
raakte het vel van de ongetemde
mustang. Splintering van het glaspaard.
Veelhoeken hikken stuk. Kruimelt het ik?

De dichtbundel Thesaurus Privatus, geschreven in 2015, is het eerste deel van een driedelig lyriekproject.

Oplage: 100 genum­merde en gesigneerde exemplaren, 90 (1–90) in de handel, 10 (A – J) niet.

Auteurs

Willy Roggeman

Willy Roggeman wordt op 9 juni 1934 te Ninove geboren. Zijn eerst literaire werk dateert van 1953. Naast de lyriekcyclus Nuages, die op aandringen van L.P. Boon in het avant-gardetijdschrift Tijd en Mens verscheen, begon Willy Roggeman in 1953 het proza Blues voor glazen blazers. Zijn oeuvre bestaat ondertussen uit 80 teksten, door de auteur in drie delen gerangschikt:
1. Opus Finitum, 30 'opera' geschreven tussen 1953 en 1976
2. Usque ad finem, 30 'opera' geschreven tussen 1977 en 2002
3. Post Opera Supplementa, 20 'opera' geschreven tussen 2003 en 2008
Bekroningen met oa. de Leo Krynprijs, de Dirk Martensprijs, Arkprijs van het Vrije Woord (geweigerd door de auteur, opgedrongen door het Ark-comité), Staatsprijs voor Kritiek en Essay, Plantin-Moretusprijs,
Sinds enige tijd berust een groot deel van het persoonlijke archief van Willy Roggeman in de Centrale Bibliotheek van de Universiteit Gent. Het archief is er gedeponeerd op verzoek van de auteur. De ontsluiting ervan staat onder de supervisie van Prof. dr. J. Pieters, die door de auteur werd aangesteld tot 'nalatenschapbeheerder van het artistieke werk'.