Psychologie en pedagogiek van het jonge kind Bekijk groter

Psychologie en pedagogiek van het jonge kind

Over ontwikkeling, stimulering en vorming

9789023255840

Verkrijgbaar

Een perspectief op wat opvoeding en onderwijs voor kinderen van nul tot ongeveer tien jaar zou moeten inhouden. Voor studenten hoger onderwijs die leer- en ontwikkelingspsychologie, pedagogiek en/of onderwijskunde krijgen.

Meer details

23,50 € incl. btw

Datasheet

UitgeverijKoninklijke Van Gorcum
Jaar van uitgave2019
Bindwijzepaperback
Aantal pagina's224p.

Meer informatie

Psychologie en pedagogiek van het jonge kind biedt een perspectief op wat opvoeding en onderwijs voor kinderen van nul tot ongeveer tien jaar zou moeten inhouden. Wat houdt de groei 'van binnen naar buiten' in, hoe verhouden zich meedoen en stimuleren respectievelijk onderwijzen en leren? Kortom: hoe verloopt het verband tussen 'laten groeien' en 'leiden'?

De baby-, dreumes-, peuter- en kleuterfasen en de eerste schooljaren worden zowel vanuit de praktijk als theoretisch behandeld.
In de praktisch getinte hoofdstukken gaat het, geïllustreerd aan vele casussen, over fase typerende gedragskenmerken en hoe je je daar pedagogisch toe moet verhouden.
In de theoretische hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de rol van de cultuur en hoe de school kan bijdragen aan de vorming van (cultuur)kritische volwassenheid. Tevens wordt de systeemtheorie voor de kleine kind-periode beschreven en de betekenis van de eerste symptomen van zelfreflectie tijdens de kleuterjaren. Daarbij wordt duidelijk hoe de kanteling van kleuter naar schoolkind zich voltrekt, en waarin de opvoeding daarná verschilt van die van daarvóór.
Ook komt aan de orde hoe zich al vroeg de drievoudige relatie ontwikkelt tussen kind, het andere en de ander. Een nog zelden besproken ontwikkeling, die vooruitwijst naar de latere leerling-leerstof-docentrelatie in het onderwijs.

Als schoolkinderen rond hun negende jaar rekenen, schrijven en lezen op 'aanvankelijk' niveau beheersen, zijn ze klaar voor de eigenlijke algemene vorming. Het boek eindigt hier. Het heeft dan één van de boeiendste perioden van de persoonlijkheidsontwikkeling behandeld.

Het boek is geschreven voor hbo-studenten (Pabo, SPW, SPH, pedagogiek) die binnen hun opleiding te maken krijgen met leer- en ontwikkelingspsychologie, pedagogiek en/of onderwijskunde. Ook ouders kunnen er hun voordeel mee doen: de praktische hoofdstukken zijn herkenbaar, de theoretische zijn helder en inzicht verrijkend.

Auteurs

Jan Dirk Imelman


Sieneke Goorhuis-Brouwer

Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer is orthopedagoog en spraakpatholoog en was tot 1 september 2011 werkzaam in het UMCG ( afdeling KNO/Communicatieve stoornissen bij kinderen). Zij verrichtte onderzoek naar de epidemiologie van spraak- en taalproblematiek, de diagnostische processen bij spraak- en taalproblematiek en de effecten van spraak-en taalproblemen op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.
Wekelijks onderzoekt zij met haar team ongeveer 30 kinderen met verdenking op ontwikkelingsachterstanden. Vooral de laatste jaren neemt het aantal gezonde kinderen in de kliniek sterk toe, reden waarom zij zich bezig is gaan houden met de verschoolsing van het kinderleven. In 2005 organiseerde zij rond dit thema twee congressen: Mogen peuters nog peuteren en kleuters nog kleuteren? Hierop volgende het congres: de Kleuterschool terug!, georganiseerd in samenwerking met Bas Levering en Logacom.
Sinds 2006 schrijft zij ook columns over opvoeding in het Friesch Dagblad.
Sinds 1 februari 2012 is zij lector Early Childhood aan de Stenden Hogeschool in Noord Nederland.


Wilna Meijer

Dr. Wilna Meijer is als universitair hoofddocent algemene pedagogiek werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek houdt zij actuele ontwikkelingen en trends in het onderwijs kritisch tegen het licht van klassieke pedagogische inzichten. Titels van eerdere boeken lieten dat ook al zien, bijvoorbeeld Algemene pedagogiek en culturele diversiteit en Traditie en toekomst van het islamitisch onderwijs.