Ontwikkelingsgericht onderwijzen aan 4- tot 12-jarigen Bekijk groter

Ontwikkelingsgericht onderwijzen aan 4- tot 12-jarigen

Hoe word ik pedagogisch-didactisch competent?

Verkrijgbaar

Een praktisch trainingsprogramma om de kunst van het pedagogisch-didactisch handelen onder de knie te krijgen.

Meer details

25,00 € incl. btw

Datasheet

Uitgeverij SWP
Jaar van uitgave 2018, 1ste druk
Bindwijze paperback
Aantal pagina's 160p.

Meer informatie

Een goede entertainer wordt als zodanig geboren, maar een goede leerkracht niet. Die moet hard werken om de kunst van het onderwijzen onder de knie te krijgen. Drs. Frits Faber heeft meer dan vijftien jaar ervaring met het opleiden van leerkrachten op Curaçao, vaak onder extreem moeilijke omstandigheden: geen goed geoutilleerde onderwijswerkplaats, een leeg theorielokaal, praktijkscholen die over weinig materiaal beschikken, Nederlands onderwijs in het Papiamento of opleiden middenin een innovatieproces.

Om onder die omstandigheden goede leerkrachten op te leiden, moet je naar het fundament van onderwijzen: de concrete acties van een leerkracht die leerlingen wegwijs maakt in de wereld. Onderwijs op de millimeter. Geen gebruik kunnen maken van dure middelen en methoden, want die zijn er niet. Een klerenhanger met twee knijpers in plaats van de dure weegschaal uit de catalogus. Onderwijs met een bord en een krijtje, en ‘de wereld’ zoals die zich aan ons voordoet.

Drs. Frits Faber heeft dat onderwijzen tot op het bot geanalyseerd en omgezet in een trainingsprogramma waarmee zelfs de meest hardleerse studenten zich in de onderwijskunst kunnen ontwikkelen. Dat programma wordt in dit boek uitgewerkt en aangeboden. Nog voordat de studenten bij een mentor komen, krijgen zij een praktische training waarin ze onder begeleiding van hun docenten, samen met kinderen, op zoek gaan naar goede onderwijsvormen. Die kinderen vinden het prachtig om te mogen helpen. Het is zelfs gebeurd dat een kind de armen om de hals van een student sloeg bij wie alles mislukte, en zei: ‘Het is niet erg hoor juf, de anderen hebben het ook geleerd. Je moet het gewoon weer proberen!’

Vijf studenten geven elk tien lesjes, die zij bij elkaar observeren en met elkaar bespreken. Elk lesje om te experimenteren met een deelcompetentie van goed onderwijzen. Dat zijn vijftig onderwijservaringen voordat zij bij een mentor komen. Van tien keer discussiëren over je eigen lesje leer je meer dan van tien werkcolleges of observaties. Door het werken met een groepje van acht kinderen leer je naar kinderen kijken en niet naar een klas. Je hoeft ook niet bang te zijn dat het een chaos wordt, want acht kun je overzien en je hebt altijd de hulp van je collega’s bij de hand. Een student wilde bijvoorbeeld acht platen laten zien. Hij kreeg spontaan de hulp van drie collega’s die ook elk twee platen vasthielden. De nabespreking ging natuurlijk wel over de organisatie van die les.

Een praktische hulp, met name voor diegenen die moeite hebben om de kunst van het pedagogisch-didactisch handelen onder de knie te krijgen.

Auteurs

Frits Faber

Drs. Frits Faber (Amsterdam, 1949) is orthopedagoog en onderwijskundige op Curaçao. Hij heeft in Amsterdam zijn opleiding aan de Pedagogische Academie voltooid en zijn titel behaald aan de Vrije Universiteit.
Na zijn werk als schoolbegeleider en onderwijskundige, was hij vanaf 1980 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Vrije Universiteit. Hij verzorgde de onderdelen onderwijsdiagnostiek en onderwijsbegeleiding en begeleidde praktijkstages en onderzoeksstages van aankomende schoolbegeleiders. Als onderzoeker werkte hij aan de ontwikkeling van instrumenten voor diagnostiek en interventie bij problemen in relatie tot cultuurverschillen in het onderwijs. Naast zijn reguliere werkzaamheden verzorgde hij de specialisatie Orthopedagogiek en Onderwijsleerproblemen in de vrije studierichting ‘Etnische studies en Minderheidsvraagstukken’. Hij was verbonden aan de opleidingen voor MO-A en MO-B Pedagogiek en was mede verantwoordelijk voor de MO-B bovenbouw doctoraalstudie ‘Hulpverlening in het onderwijs’.
Voorts heeft hij diverse bestuursfuncties vervuld, waaronder voorzitter van een schoolbestuur, voorzitter van de Raad van Toezicht van een instelling voor opvoedingsondersteuning en bestuurslid van een schoolbegeleidingsdienst.
In 1994 is hij geëmigreerd naar Curaçao, alwaar hij tot zijn pensionering heeft gewerkt als onderwijskundige en stagecoördinator aan de Akadémia Pedagógiko Kòrsou. Hij kreeg de opdracht om het programma voor pedagogiek, didactiek, onderwijskunde en de praktische vorming aan te passen aan de eisen voor het ‘Funderend Onderwijs’ dat werd ingevoerd. Later kwam daar ook het programma voor psychologie en orthopedagogiek bij. De vernieuwingen heeft hij ontwikkeld volgens de principes van ‘Competentiegericht Opleiden’, met als uitgangspunt: “Een student wordt competent door een taak uit te voeren waarvoor die competentie nodig is.” Samen met zijn collega’s wist hij zo een integratie te bewerkstelligen van theorie en praktijk waarmee de studenten competent werden om ontwikkelingsgericht te onderwijzen.
Naast zijn reguliere werk vervult hij ook op Curaçao vrijwillig verschillende bestuurs- en ondersteuningsfuncties, waarvoor hij in 2009 is gehonoreerd met een Koninklijke Onderscheiding.