Rebel Bekijk groter

Rebel

Politieke herinneringen 1869-1938

9789082454642

Verkrijgbaar

Eerste Nederlandse vertaling van de politieke memoires van een van de leidende figuren in de internationale socialistische beweging van voor, tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog.

Meer details

25,00 € incl. btw

Datasheet

Uitgeverij Schokland
Jaar van uitgave 2018
Bindwijze hardcover met stofomslag
Aantal pagina's 360p.
Extra met leeslint

Meer informatie

Angelica Balabanoff (1878-1965) was een van de leidende figuren in de internationale socialistische beweging van voor, tijdens en direct na de Eerste Wereldoorlog. In 1919 werd ze de eerste secretaris van de Derde Communistische Inter­­na­tionale (Kom­intern). Hoewel ze in de vergetelheid raakte, hoort ze zonder meer thuis in de eredivisie van bekende revolutionaire vrouwen als Rosa Luxemburg, Emma Goldman, Clara Zetkin en Alexandra Kollontaj, met wie allen ze bevriend was.

Balabanoff kwam al vroeg in verzet tegen het milieu van handelaren en grondbezitters in het Oekraïense stadje Chernikov, waar ze opgroeide. In 1897 vertrok ze naar Brussel en ging studeren aan de Université Nou­velle, een instituut dat bekend stond om zijn radicalisme. In 1900 werd ze lid van de Italiaan­se Socialistische Partij. Nadat bij toeval haar talent om grote groepen toe te spreken werd ontdekt, ontwikkelde ze zich al snel tot een van de belangrijkste en populairste sprekers op socia­listische massabijeenkomsten. Weer terug in Italië gaf ze de partijkrant Avanti uit en nam ze radicaal stelling tegen de op uitbreken staande Eerste Wereldoorlog, die tot een breuk in de Tweede Internationale leid­de, toen de reformistische voorstanders van de oorlog lijnrecht tegenover de internationa­listische revolutionairen kwamen te staan. Tegen de heersende stroming in bleef Balabanoff ijveren voor een onvoorwaardelijke vrede en kwam in 1917 in het bolsjewistische kamp terecht. Vanwege haar internationale contacten was ze de ideale persoon om een nieuwe internationale – de communistische Komintern ­– op te zetten. Als gevolg van de opkomst van de éénpartijstaat, de Rode Terreur, de opkomende cor­ruptie en het ontstaan van een nieuwe autoritaire politieke klasse in de jonge Sovjet-Unie, keerde ze zich steeds verder af van de bolsjewieken, tot ze in 1922 definitief het land verliet om er nooit meer terug te keren.

Balabanoff kende, correspondeerde, werkte samen en was bevriend met uiteenlopende figuren als Mussolini, Trotski, Lenin, John Reed, Serrati, Radek en Zinovjev, en bericht in haar herinneringen uit de eerste hand over deze hoofdrolspelers op het politieke strijdtoneel van het begin van de twintigste eeuw. Ronduit onthutsend zijn haar herinneringen aan Mussolini, die ze in Zwitserland ontmoette toen hij psychisch, fysiek en financieel volkomen aan de grond zat. Nadat ze hem on­der haar hoede had genomen, aan werk had geholpen en hem politiek bijgeschoold had, kwam het tot een breuk toen Mussolini – inmiddels opgeklommen tot hoofdredacteur van Avanti, het officiële dagblad van de Italiaanse Socialis­tische Par­tij – tegen de wil van de leiding van de partij pleitte voor Italiaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Mussolini werd uit de partij gezet, be­gon niet veel later zijn eigen politieke beweging en ontpopte zich al snel tot Duce van het fascistische Italië.

Met een nawoord van Elsbeth Etty, biografe van de grand old lady van het Nederlandse socialisme Henriëtte Roland Holst, verzorgt het nawoord.

Auteurs

Angelica Balabanoff

8 mei 1869, Chernikov, Rusland
25 november 1965, Rome, Italië