Inleiding
Folk of volksmuziek? Volkslied of folksong?

Het daghet in den Oosten
Van Duyse nr. 20 p. 119

1. Het daghet in den Oosten,

het lichtet overal

hoe luttel weet mijn liefken,

och waer ick henen sal!

 

2. Och warent al mijn vrienden

dat mijn vianden zijn,

ick voerde u uuten lande,

mijn lief, mijn minnekijn.

 

3. Dats waer soudi mi voeren,

stout ridder wel gemeyt?

ic ligge in myns liefs armkens,

met grooter waerdicheyt.

 

4. Ligdy in uws liefs armen?

Bilo, ghi en segt niet waer:

gaet henen ter linde groene,

versleghen so leyt hi daer.

 

5. Tmeysken nam haren mantel

ende si ghinck eenen ganck

al totter linde groene

daer si den dooden vant.

 

6. Och ligdy hier verslaghen

versmoort al in u bloet!

dat heeft gedaen u roemen

ende uwen hooghen moet.

 

7. Och ligdy hier verslaghen,

die mi te troosten plach!

wat hebdy mi gelaten

so menigen droeven dag.

 

8. Tmeysken nam haren mantel

ende si ghinc eenen ganck

al voor haers vaders poorten,

die si ontsloten vant.

 

9. Och is hier eenich heere,

oft eenich edelman

die mi mijnen dooden

begraven helpen can?

 

10. Die heeren sweghen stille,

si en maecten gheen geluyt;

dat meysken keerde haer omme,

si ghinc al weenende uyt.

 

11. Si nam hem in haren armen,

si custe hem voor den mont,

in eender corter wijlen,

tot also menigher stont.

 

12. Met sinen blancken swaerde

dat si die aerde op groef,

met haere snee witten armen

ten grave dat si hem droech.

 

13. Nu wil ic mi gaen begeven

in een cleyn cloosterkijn,

ende draeghen swarte wijlen,

ende worden een nonnekijn.

 

14. Met hare claerder stemme,

die misse dat si sanck,

met haer snee witten handen

dat si dat belleken clanck.

 

De zon rijst in het oosten,

het licht schijnt overal

Hoe weinig weet mijn liefje

van wat er komen zal!

 

Waren het maar mijn vrienden

die nu mijn vijand zijn

ik zou het land verlaten

met jou, mijn liefste klein.

 

En waar zou je mij voeren?

ik ben toch niet uw meid,

'k lig hier in mijn liefs armen

met heel wat waardigheid.

 

Ligt gij in uw liefs armen?

Komaan, dat is niet waar,

loop naar de groene linde,

verslagen ligt hij daar

 

't Meisje nam haren mantel

en ging al gauw op pad

tot aan de groene linde,

waar nu een dode zat

 

Ach, ligt gij hier verslagen

uw schoon lijf vol met bloed?

Ze wilden hiermee doden

jouw roem en ook jouw moed

 

Ach, ligt gij hier verslagen,

gij die mij troosten kon.

Wat mij nu is gebleven

zijn dagen zonder zon.

 

't Meisje nam haren mantel

en zij ging weer op pad

tot aan haar vaders poorten

waarvan z'een sleutel had

 

En zijn hier soms nog heren,

liefst heren met een hart,

die mijn lieve dode

wil leggen in een graf?

 

De heren zwegen stille

dan de stilte van de nacht

het meisje sprak in tranen

wat heeft u hier gebracht

 

Ze nam hem in haar armen,

kuste hem op zijn mond

ze zoende en ze huilde

totdat z' er troost in vond

 

Dan trok ze trots zijn zwaard

en stak het in de grond,

met haar sneeuwwitte armen

bedekte zij zijn mond.

 

Nu ga ik mij begeven

naar een klein kloosterke,

'k ga zwarte kleren dragen,

ik word een nonneke

 

Zo klonk haar klare stem

als ze de missen zong

door haar sneeuwwitte handen

was 't dat het belleke klonk

Is dit nu een 'volkslied'? Of een folksong? Of gewoon een oud lied? Of een verouderd lied? Kun je dit soort liederen eigenlijk nog wel zingen? Of klinkt het alleen maar lullig en belachelijk in de originele versie met woorden en beelden die we al lang vergeten zijn? Helpt een moderne vertaling? En is deze vertaling/hertaling dan een goede of kan het nog anders. Moet je alle strofen behouden. Mag je het inkorten om een 'modernere' versie te krijgen?
Ik weet het allemaal niet. Ik weet wel dat ik het altijd een mooie tekst heb gevonden. Dat soort dingen mag ik graag lezen 'des avonds voor het slapengaan'. En blijkbaar ben ik niet alleen, want in de jaren 70 van de vorige eeuw heeft de toen immens populaire folkgroep RUM er een schitterende versie van gemaakt. Korter en krachtiger dan wat hierboven te lezen staat. Moderner en aangrijpender. Wat een karikatuur - ridders met hun blanke zwaard - of een smartlap - bij de muur van 't oude klooster - had kunnen worden, is een prachtig nieuw 'oud' lied geworden. Maar probeer nu maar eens duidelijk te maken wat en hoe en waarom. Dat had ik me voorgenomen, maar ik wil er eerst van Dale en wat soortgenoten op naslaan.

Van Dale:
folk (Eng.) verkorting van folkmuziek; -club, v. (m.) etablissement waar folkmuziek ten gehore wordt gebracht.
folk'groep v. (m.) (-en), gezelschap dat de folkmuziek beoefent: …muziek, v., op oude (Amerikaanse) volksliedjes geïnspireerde muziek.
folk'lore ( in moderne streekromans is veel kennis van folklore verwerkt (Stutterheim); -2. de studie van de genoemde verschijnselen, de volkskunde.
folklorist' m. (-en), iemand die studie maakt van de folklore.
folkloris'tisch, bn.; de folklore betreffend, daartoe behorend.
folk'rock, m., aan folkmuziek verwante rockmuziek; ...song, m. (-s), 1. balladeachtig (Amerikaans) volkslied; -2. modern, politiek of sociaal geïnspireerd lied, met een mengeling van oudere en lyrische teksten en rockelementen.
volks'lied, o. (-eren), 1. lied dat leeft in de mond van het volk, m.n. een dergelijk oud, overgeleverd lied: vele volksliederen zijn pas in de 19 de eeuw opgetekend; bij het volkslied is de actieve zang het doel, het is er in de eerste plaats om gezongen te worden, niet om gehoord te worden; - 2. vaderlands lied; - 3. het bepaald daartoe aangenomen lied dat symbolisch een volk vertegenwoordigt en bij nationale gebeurtenissen gezongen en gespeeld wordt, nationale hymne (in Nederland sinds 1932 het Wilhelmus van Nassouwe, vroeger het Wien Neerlands Bloed van Tollens). volks'liedachtig, bn. bw., van de aard van, herinnerend aan of op de wijze van een volkslied: volksliedachtige melodieën.
...muziek, v. traditionele muziek die kenmerkend is voor een bep. volk, een bep. volksdeel of een bep. streek; nationale muziek;
...muziekinstrument, o. (-en) bv. de draailier
...zang, m., 1. het zingen door het volk: hoe hij voor de volkszang, tijdens de mobilisatie had gewerkt (v. Looy); - 2. (-en), (veroud.) volkslied; -3 (r.k.) liturgische gezangen in de volkstaal (tgov. de gezangen in het Latijn)

Paul Collaer
'Folklore' dat is flauwekul, 'het woord is verrot, men kan het niet meer gebruiken', maar men zou kunnen spreken van traditionele muziek. (Etnomusicoloog Paul Collaer in een gesprek met Herman Vuylsteke, uitgezonden radio 3 op 4 augustus 1973)

Etnomusicologie is het eerste kapittel van de muziekgeschiedenis, de niet geschreven muziek. De muziekgeschiedenis begint altijd met het ogenblik waarop alles al gebakken is, met tetrachorden, met modaliteiten enz., maar dat is voor mij zeer recent. Wat belangrijk is, is de vraag wat gebeurde er voor men dat allemaal wist. Meer dan musicoloog ben ik muzikant, uitvoerder. Men zegt ons do re mi fa sol la si do, van kindsbeen af en we doen het ook altijd zo. Maar we weten niet waarom. Kan het niet iets anders zijn? Men wordt opgeleid in een systeem dat zeer recent is. Kan het niet anders geweest zijn? Ik heb in 1917 een boekje gelezen over een voorstel voor de basis van een nieuwe muziek. Misschien kan dat aanleiding geweest zijn voor mijn eigen beschouwingen. Ik wist dat er muziek bestond die nooit geschreven werd. Die gezongen of gespeeld werd. Door mondelinge transmissie. Daar moet men zoeken om te begrijpen hoe de muziek ontstaan is. Het is een soort embryologie van de muziek. Die vindt men in de muziek die al onze theorieën voorafgaat. Bijvoorbeeld in de muziek van kinderen. Muziek door de kleine kinderen uitgevonden. Niet degene die men voor kinderen schrijft. (Nogmaals Paul Collaer in hetzelfde gesprek)

Peter Notte
Volksmuziek wordt doorgaans afgedaan als een te verwaarlozen muzieksoort, die in de moderne tijden enkel nog als folkloristisch verschijnsel in de marge van de 'ernstige' muziek functioneert. Daarbij gaat men dan meestal schaamteloos voorbij aan het muzikale, maar al te vaak ook aan het historische en sociale belang van het genre. De volksmuziek weerspiegelt immers direct de maatschappelijke bewogenheid van de bevolking door de eeuwen heen (Peter Notte in De Vlaamse kleinkunstbeweging na de Tweede Wereldoorlog).

Wim Claeys
Volksmuziek? Die term vind ik te beladen, ik spreek liever van traditionele muziek. Volksmuziek is wat het volk aan muziek maakt, bijvoorbeeld wat gezongen wordt door de spionkop van AA Gent, dat is voor mij volksmuziek. Folk daarentegen probeert aan de traditionele muziek een soort actuele relevantie te geven, m.a.w. folk is actuele kunst gebaseerd op traditionele muziek. Traditionele muziek is een aantal generaties geleden ontstaan, een deel ervan gaat al eeuwen mee en wordt tot op de dag van vandaag doorgegeven. De wortel, de navelstreng van het verleden is er nog altijd en folk geeft door middel van nieuwe arrangementen en andere instrumenten een actuele relevantie aan de muziek. (Accordeonist Wim Claeys in 'Wij, vrouwen', juni 2005)

Moderne Encyclopedie van de Wereldliteratuur
Volkslied: Een lied dat in één of meer gemeenschappen één of meer blijvende functies heeft en in verband daarmee in mondelinge overlevering kan blijven voortbestaan. Bij minder ontwikkelde volkeren voornamelijk gezongen als arbeidslied (bv. bij roeien en andere gezamenlijk verrichte, ritmisch verlopende krachtsinspanningen), om het contact op afstand te onderhouden (roepen van jagers in het woud), bij de dans en om de betrekkingen met het bovennatuurlijke te regelen (bv. bezweringsliederen). (Ate Doornbosch)

Big Bill Broonzy
I guess all songs are folksongs. I never heard no horse sing 'em.
Of was het Louis Armstrong:
All music's folk music: leastways I never heard of no horse making it.

International Folk Music Council (1954)
'Volksmuziek is het product van een muzikale traditie die zich heeft ontwikkeld in een proces van mondelinge overlevering. De factoren die de traditie vormgeven zijn: 1. continuïteit, die het heden verbindt met het verleden;
2. variatie, die voortkomt uit de creatieve impuls van het individu of de groep;
3. selectie door de gemeenschap, die de vorm of vormen bepaalt waarin de muziek overleeft.
Deze termen kunnen toegepast worden op muziek die vanuit een rudimentaire aanvang ontwikkeld is door een gemeenschap die niet beïnvloed is door populaire en kunstmuziek en kunnen evenzeer gelden voor muziek die ontstaan is bij een individuele componist en vervolgens werd opgenomen in de ongeschreven levende traditie van een gemeenschap.
Deze termen gelden niet voor gecomponeerde populaire muziek die door een gemeenschap werd overgenomen en onveranderd blijft, want pas wanneer ze omgevormd en herschapen wordt door de gemeenschap krijgt de muziek een volks karakter.'

Ja, hallo! Zo ongeveer is mijn actief folkleven in 1966 begonnen en met de dikke van Dale in de hand ben ik nooit ver gekomen. Met de definitie van de International Folk Music Council al evenmin. Big Bill Broonzy en/of Louis Armstrong - kan iemand mij nu eindelijk eens vertellen van wie de oneliner is? - hebben natuurlijk overschot van gelijk. Alleen moet dat gelijk ook nog een beetje passen in een breder kader. En zo'n kader is dan weer zo lang als het breed is, zo diep als de donkerste gedachten van musicologen, producers en van hele volksstammen kommaneukers. In Warschau, Hamburg, Oslo, Kopenhagen, Brussel, Brugge, Parijs, Krakau, Baden Baden, en nog vele andere fraaie steden en gehuchten heb ik vele klokken vele uren horen wegtikken bij alweer een discussie over wat het nu eigenlijk is.
Was het nu folk of de plaatselijke versie van het woord volksmuziek? Moest het nu contemporary of traditional zijn? Of erger, wat is het verschil met het nieuwe wereldwonder World Music? En moeten we dat dan maar eens niet eerst definiëren?
Vooruit dan maar. In een landelijk hotel bij Baden-Baden, midden in het Zwarte Woud zitten we weer eens met zo'n veertig 'kenners' aan een lange tafel in het vooruitzicht van een schitterend diner, maar eerst moet er gewerkt worden. Er moet en zal een eens en voor altijd sluitende definitie van de term World Music gevonden worden. Mucho blabla en pas mal de ci et là, much ado about nothing, tralalire tralala. En dat met een stelletje afgeborstelde, oudere heren uit de voormalige Oostbloklanden, een clubje anarchisten van bv. radio Maffia in Finland, fijnbesnaarde vrouwelijke musicologen uit her en der en gelukkig ook nog een paar doodgewone mensen zoals u en ik. U begrijpt dat doodgewone mensen zoals u en ik na verloop van tijd alleen nog maar geamuseerd toekijken en wachten tot de soep wordt opgediend.
Maar zo niet de deftige heren uit het voormalige Oostblok, en zeker niet een handvol anarchisten uit Finland en nog minder de fijnbesnaarde vrouwelijke musicologen. Ook zij weten dat de soep staat te pruttelen en dat is het moment om een stemming uit te lokken. Jawel, een stemming. Wie is voor of tegen deze of gene definitie van World Music? Iedereen is wel ergens voor of tegen. In elk geval blijkt dat World Music niet uit België kan komen, noch uit Frankrijk, en Holland wie had daar ooit aan gedacht?! Vele vreemde landen passeren de revue. Alle Herenderistans van de hele wereld. Van Fiji tot de Seychellen, van noord tot zuid, van oost tot west. Tot de slimste mens van de wereld alle argumenten van tafel veegt en in steenkoolengels zegt: 'Anything outside NATO!' Ja, dat was nog eens duidelijke taal. Er wordt gestemd. 39 stemmen voor, één tegen. Die ene tegenstem kwam van mij omdat men mij nooit goed heeft kunnen uitleggen wat de NATO nu in godsnaam of in wiens naam dan ook met het probleem - als het er al een is - te maken heeft. En ook wel omdat ik mij ter plekke afvroeg of Turkije nu al dan niet lid was van het bondgenootschap. Zeker omdat iedereen het er toen wel over eens was dat Turkse muziek op saz en duduk gegarandeerd wereldmuziek was. Maar ja, het waren de jaren tachtig en het was herfst in Baden-Baden.
Na de lunch heb ik een lange wandeling gemaakt en de grote beslissingen aan mijn collega's overgelaten. Ik denk dat ik nog een deuntje heb gefloten, maar niet te luid, want het was er eentje van binnen de NATO.
Maar soms zijn de dingen te eenvoudig voor woorden. Want ook dit verhaal is mij ter ore gekomen. De accordeonist-zanger bij 3 Mustapha's 3 heeft een eigen cd-label waarop muziek van zowat overal ter wereld wordt uitgebracht. Nu is er niks zo makkelijk als cd's maken. Ze verkocht krijgen is een ander verhaal. Hij had problemen met de distributie van zijn cd's. Handelaars wisten niet in welk vakje ze al die rare dingen moesten proppen en dus heeft de man op zijn cd's een eenvoudige en doeltreffende mededeling gezet: 'File under World Music'. Zo simpel is dat gegaan en meer is er niet achter te zoeken.
Oudere muzikanten spreken nog wel eens van 'typique'. Muziek die aan een of ander land herinnerde - Mexicaanse mariachi, Cubaanse son, Portugese fado... - het was allemaal wereldmuziek en dus gewoon 'typique'. En daar werd niet over gestemd. En toen er wel over gestemd werd, heeft daar verder geen zinnig mens meer dan een nanoseconde van wakker gelegen.
In andere vergaderingen van de Europese Radio Unie ging het dan weer over het verschil tussen world music en folk. Of over het verschil tussen folk en volksmuziek. Bijwijlen even hallucinant als het geslacht van de engelen. Of dat men misschien beter de termen 'contemporary' en 'traditional' kon gebruiken. Daar zijn dure uren over vol geluld en het heeft niet mogen baten. Nog altijd wordt her en der onder deskundologen het zwaard getrokken en bittere strijd gevoerd. Nu ben ikzelf een mislukte deskundoloog en een halve ervaringsdeskundige.

Nederokkerzeel!
Voor Vlaamse folkliefhebbers klinkt de kreet 'Nederokkerzeel' als muziek in de oren. Daar stond de wieg van De Vlier en van het Brabants Volksorkest, twee groepen die Hubert Boone heeft opgestart. En dan wil ik er meteen bij vertellen dat Hubert mijn iets oudere neef is en dat hij mijn muzikale ontwikkeling voor een groot deel heeft beïnvloed.
Nederokkerzeel ligt tussen Brussel, Leuven en Mechelen, maar heeft daar tot diep in de twintigste eeuw nauwelijks hinder van ondervonden. Ja, Zaventem is vlakbij en dan is enige geluidshinder onderdeel van het klankdecor. Maar dankzij de luchthaven is het dorp ook gespaard gebleven van ongebreidelde bouwlust. Ooit bestonden er plannen om de landingsbanen te verlengen tot ergens in onze achtertuin. En dus mocht en kon er niets verkaveld worden. Het dorp is dorp gebleven, met een wat fanatieke dorpsmentaliteit die alles wat van 'den vreemde' komt met argwaan bekijkt. 'Den vreemde' dat is dan gewoon een dorp verder. Berg, Kampenhout, het onooglijke Buken, het dubbeldorp Erps-Kwerps, je moest er langs om in de bewoonde wereld te komen. Alle verbindingswegen bleven netjes buiten het dorp. De bijna-naamgenoot Steenokkerzeel was zelfs volkomen onbereikbaar. Alle clichés die je over een landelijk dorp kunt bedenken zijn royaal van toepassing. Vetes tussen pastoor en burgemeester? Reken maar van yes, en ik kan het weten want mijn vader was die burgemeester. Naar school? Dat was onvermijdelijk naar de nonnen. Pas vanaf het tweede leerjaar mochten de jongens naar de gemeenteschool. Brussel, Leuven, Mechelen dat waren expedities waarover men in de vele dorpscafés (elke straat had er minstens een) tot laat in de nacht wilde verhalen vertelde. Wat hadden we nog? Twee slagers, een bakker, twee smeden, een koster, vijf kruideniers, een kasteelheer, hoogstwaarschijnlijk een paar homofielen, een handvol zwarten die nog met 'den Duits' hadden geheuld en vier socialisten, maar dat waren mijnwerkers uit de putten van Charleroi, die zich nergens mee bemoeiden. Zeker niet met een van de twee fanfares, maar het zijn wel die fanfares die Nederokkerzeel zo'n beetje wereldberoemd hebben gemaakt.

Hubert Boone (°1940) was er als jonge snaak terechtgekomen. Van de broers Emile en Jean Penninckx, de een kleermaker, de ander slager, kreeg hij zijn eerste muzieklessen. Hij ging naar het conservatorium en ontdekte daar het werk van Bela Bartók en Zoltán Kodály. In zijn boek Traditionele Vlaamse Volksliederen en Dans schrijft Hubert dat hij uiteraard onder de indruk was, maar dat de melodieën niet echt een verrassing waren. 'In mijn dorp Nederokkerzeel kende ik een aantal oudere vrouwen die ook nog interessante liederen zongen. En er waren verschillende fanfaremuzikanten die, althans naar mijn gevoel, mooie en virtuoze dansmelodieën speelden, zoals polka's, walsen en schottischen.'

Dat vertelde hij in 1961 aan zijn leraar harmonie, de componist en BRT-producer Victor Legley. Die vond het maar flauwekul en dus ging Hubert die dansen en liederen ook optekenen. Het was het eerste repertoire van het ensemble De Vlier. Eerder had hij al heel plechtig het 'Brabants Etnografisch Instituut' opgericht. Ik was zestien en stichtend lid, de bewijzen liggen nog ergens in een map. En ik was meteen ook voor de rest van mijn dagen veroordeeld tot de liefde voor volksmuziek, folk, wereldmuziek, etnische muziek en alle aanverwante genres. Er gebeuren ergere dingen in een jong mensenleven. Je zult maar iets hebben met Elvis Presley, de schelvis; of met dat tuig van de Rolling Stones, of met Bobbejaan Schoepen en Will Ferdy! Nee, dan duizend keer liever folk. Alleen dat dansen is nooit mijn dada geweest. Mijn liefde voor de volksmuziek gaat dan ook eerder naar het lied, heeft enige literaire achtergrond en dat mag nog altijd in vele talen.
De groepen van Hubert Boone - de Vlier, het Brabants Volksorkest en Limbrant - waren/zijn stuk voor stuk gespecialiseerd in dansmuziek. Al heeft hij in de loop der jaren een schat aan liederen genoteerd met als prachtigste voorbeeld de lange ballade 'Genoveva van Brabant'. Zijn en mijn groottante Ludovica 'Wis' Peremans (1887-1979) leerde de tweeëndertig coupletten van haar moeder Josephina de Boeck (1845-1912) en dan zitten we eigenlijk al bij de bronnen van de grote liedboeken uit de negentiende eeuw, waarover ik het verder nog uitgebreid wil hebben.
Terwijl Hubert in het landelijke Brabant en in de stille Kempen zijn veldwerk begon, was in Antwerpen ook Wannes van de Velde gefascineerd door het oude lied. De folkrevival had België bereikt en zou een tijdlang welig bloeien, daarna even wegzakken en dan weer op een normaal niveau zijn muzikale rol blijven spelen.
Hubert zou in zijn traditionele manier van werken al vlug gevolgd worden door Herman Dewit en Wim Bosmans. De eerste heeft met 't Kliekske de Vlaamse folk/volksmuziek ook naar Nederland geëxporteerd. Hij heeft met zijn groep eerst een op het Pajottenland gebaseerd en later veel ruimer repertoire op elpee en cd gezet. Als promotor van de volksmuziekstages, eerst in Galmaarden en later in Gooik, zorgt hij er nog altijd voor dat er een jonge generatie wordt klaargestoomd. Laïs heeft daar ooit de vreugde van het zingen ontdekt. Als instrumentenbouwer heeft hij een karrenvracht doedelzakken geproduceerd en mensen tot respectievelijk wanhoop en muzikaal genot gedreven. Wim Bosmans had/heeft zijn groep Jan Smed en is wetenschappelijk medewerker van het MIM, het Brusselse muziekinstrumentenmuseum. Daar was hij jarenlang een collega van Hubert Boone met wie hij samen de afdeling volksmuziek deed draaien. Ze schreven een aantal studies over volksinstrumenten in België. Wim Bosmans schreef ook het prachtige overzicht Traditionele muziek uit Vlaanderen. Daarin heeft hij het hoofdzakelijk over de instrumentale muziek. Boeiend, maar ik miste een mooi verhaal over de onmetelijke schat aan liederen. Wim en Hubert zijn de mannen van de traditie, ik wil in dit boek een aantal aspecten van de revival en van zijn voorgeschiedenis doornemen. En dan zitten we meteen bij de legendarische drie W's.