Onder de maan schuift de lange rivier

Portret door Annemie Leysen (De Morgen 9 juni 2004)

Tien jaar geleden verscheen bij Clavis Uitgeverij het eerste prentenboek van Paul Verrept. 'Mag ik bij je slapen?' heette het en het viel toen meteen al op door de bijzondere en vernieuwende illustratiestijl. Zopas werd zijn vijftiende en nieuwste boek, feestelijk vanwege een lustrum, de wereld ingestuurd.

Paul Verrept is actief als tekenaar, grafisch ontwerper en schrijver. Hij ontwerpt ondermeer fascinerende en, vanwege de onmiskenbare, sobere stijl, erg herkenbare affiches voor theater- en dansgezelschappen (Blauw Vier, Cie De Koe) en verzorgt de vormgeving voor kunsthuizen (de Antwerpse Monty bijvoorbeeld) en uitgeverijen. Maar intussen blijft hij geboeid door de combinatie van woord en beeld zoals die in prentenboeken perfect realiseerbaar is. In zijn laatste boek - en dat is nieuw - is de tekst al even opvallend als de illustraties. Verrept manifesteert zich hier als een schrijver met talent voor understatement en bevreemdende sfeerschepping, elementen die ook in zijn illustratiewerk zijn terug te vinden . 'Het meisje de jongen de rivier' is een intrigerend getekend en geschreven verhaal. Tien korte scènes, sfeerbeelden of miniatuurtjes haast, vormen onmerkbaar één geheel. Een plot is er nauwelijks. Wel een voortdurend ruisende zachte regen, het licht van de maan, het bootje, de rivier en de liefde als poëtische constanten. Daaromheen werd in zuinige woorden een associatief opgebouwd verhaal verweven over een doodgewone grijze vis die door een hongerige man wordt gevangen, vervolgens door de vrouw van die man wordt gebakken en door 'de man de vrouw de zoon' opgegeten. Een en ander ('misschien was er iets mis met de vis?') zorgt ervoor dat de vrouw in een jurkje en de man in een hoed verandert en laat de zoon - door oorlogen, regen en zon, dood en geboorte heen - honderd jaar slapen in een inmiddels vervallen en verlaten huis. 'Het meisje' vindt de zoon en meteen ook de aanstekelijke liefde die ook de andere mensen laat zweven van geluk. Op het eind vindt men enkel nog wat spullen én een geur van bloemen terug in het aangespoelde bootje van de twee geliefden. 'Misschien zijn ze wel opgelost als een bruistabletje: pssssssssssssst.' . Een onwezenlijk teder verhaal. Die hele onwezenlijke sfeer hangt evengoed in de royale kleurige aquarellen. Wijdse landschappen, veelkleurige luchten, overal het water, en daartussen uitvergrote, verstilde figuren met meestal gesloten ogen ... alweer typische 'Keith Haring-achtige' personages met eivormige hoofden. Ze lijken wel zelfportretten van de maker.

Met dit boek verstevigt Paul Verrept nog maar eens het heel aparte zitje dat hij in het Vlaamse kinderboekenwereldje bezet houdt. Verrept verzint en tekent geen voorspelbare, doorzichtige of toegankelijke verhaaltjes-op-kindermaat. Wat hij schrijft en voorstelt lijkt het resultaat van een trage bedachtzaamheid, waar rigide logica niet aan de orde is.

Dat Paul van Ostaijen hem voor zijn eerste boekjes inspireerde mag dan ook niet verbazen. Bij drie van zijn gedichten ('Berceuse presque nègre', 'Berceuse Nr.2' en 'Marc groet 's morgens de dingen') tekende hij drie boekjes, 'Sjimpansee', 'Slaap' en 'Marc', die die raadselachtige poëzie subtiel en met een eigen invulling in beelden omzetten. Vooral in 'Sjimpansee' werd het gedicht zeer bijzonder verbeeld. Grappiger én letterlijker zijn de prenten in 'Marc', waar op één illustratie de vis, de vaas de bloem èn een vrolijk op de rand van de vaas rondfietsend mannetje haast het hele gedicht samengevat wordt. Ook in 'Het meisje de jongen de rivier' klinkt Van Ostaijens gedicht 'Melopee' overigens onmiskenbaar mee op de achtergrond.

Filosofische beschouwingen liggen Verrept wel. In 'Ik mis je', bijvoorbeeld, is de verhuizing van een vriendinnetje voor de jeugdige piekeraar aanleiding om na te denken over de betekenis van 'missen'. Dat ook zijn dode oma gemist wordt door zijn opa maakt het al wat duidelijker en schept banden. In 'God' gaat hetzelfde kereltje met zijn nieuwe verrekijker op zoek naar God en concludeert hij dat God een konijn moet zijn, want die kwam het eerst in zijn visier. Maar dan wel 'het liefste konijn van de hele wereld. Hij houdt van iedereen.'. Het boek veroorzaakte nogal wat commotie: in Frankrijk werd het blasfemisch genoemd en de Duitse uitgever wilde het verhaal grondig veranderen.

'De mensen mogen alles in mijn verhalen zien', zegt Verrept in een interview in Leesidee, 'maar het boek op zich moet blijven zoals ik het heb gemaakt. God is eigenlijk een grapje. Ik speel met het contrast tussen god en het alledaagse. Het gaat o.a. over mijn vader ; die man is zo koddig als het konijn in het boek. Ik heb het boek niet vanuit een religieuze inspiratie gemaakt ...'.

Pacifistische prekerigheid is al even ver te zoeken in 'De kleine soldaat', ook al spreken de prachtige en indrukwekkende prenten boekdelen. Alweer dezelfde zuinigheid in tekst en tekening om de absurditeit van de oorlog schrijnend duidelijk te maken: 'Op een dag was het oorlog. Sommige mensen begrepen waarom.'.

In al zijn boeken vermijdt Paul Verrept overbodige wijdlopigheid en richt hij zich tot kleine en grote 'goede verstaanders'. Dat is niet anders in het geestige en absurde verhaal 'De dag dat mama even tijd had voor een kopje koffie'. Hier speelt de typografie op een lege achtergrond een hoofdrol, naast de eerder zuinig getekende illustraties. Een jongetje vertelt hoe zijn DRUKKE moeder voor even uit haar dagelijkse beslommeringen wordt gehaald door mannetje Arthur, een klein deftig heerschap dat plots uit haar kopje opduikt. Het bijzondere gezelschap laat mama doorheen de bladzijden merkelijk opfleuren. Haar gelukzalige verzuchting over 'een wondermooie dag' kan bij haar zoon op meer sympathie rekenen dan bij haar duidelijk ontstemde partner. Verrept speelt hier handig met het motief van het rood-wit geblokte tafeldoek als symbool voor huiselijke benepenheid. Ook het bezorgde ongeduld van het jongetje tijdens de escapade van zijn moeder krijgt een sprekende visuele invulling: het kereltje graaft langdurig een put, vult die met water en laat er vervolgens twee regenwormen in spelen. Een mooie vondst.

Veel weemoed dan weer in de twee verhalen van Bart Meuleman over het aandoenlijke 'Mijnheertje Kokhals'. Een erg saaie, voorbeeldige man tekende Verrept voor dit personage, altijd onbewogen en ingehouden, met rond brilletje, lange overjas en serieuze hoed. Mijnheertje Kokhals slooft zich uit om het de medemens naar de zin te maken en nooit of nergens in de fout te gaan. Dat hij zich daarbij behoorlijk op de kop laat zitten geeft hij niet toe. In de twee verhalen zie je hoe al de opgespaarde ellende op het eind van de dag copieus wordt uitgebraakt: 'Eerst voelt hij zich een beetje triest. Wat later voelt hij zich een beetje misselijk. En dan gebeurt het ... BWEUAAAARRRKK!!! Kijk, hij voelt zich toch een beetje opgelucht.'. Vervolgens gaat de zielige en allenige held met zijn teddybeer naar bed om er te dromen van een meisje waar hij veel van houdt. De illustraties bij Meulemans' naïeve verhalen zijn van een grijze, sombere troosteloosheid en vertellen subtiel de ware toedracht. Een erg geslaagde coöperatie, die, zo blijkt, binnenkort weer een nieuw boek oplevert!