Bespreking door Luc Cortebeeck, ACV-voorzitter

In 'China Express' komen heel veel aspecten van het leven in China aan bod. Moslims, de media, Taiwan, Tibet, de autonome regio's, milieu, veel economie, de communistische partij, ziekteverzekering, vrouwen en hun plaats in de maatschappij, ... Allemaal interessant, maar het zal niet verbazen dat ik ook in dit nieuwe boek met bijzondere aandacht de stukken gelezen heb die te maken hebben met vakbond, werk en werknemers. De auteur zelf noemt dat thema een van zijn stokpaardjes en ook nog 'een aangeboren afwijking'. Ik ben duidelijk in hetzelfde bedje ziek; in mijn geval is dat zelfs een understatement.

China is een land in transitie en uit de verhalen in 'China Express' komt goed naar voor hoe ingrijpend dat veranderingsproces is. Van een planeconomie naar een open marktsysteem, het is niet niets. De modale Chinees wordt van dat proces niet slechter, maar er blijven toch zware wantoestanden bestaan, bijvoorbeeld in de toeleveringsbedrijven waar vooral migranten uit plattelandsgebieden werken. En die ellende is voorlopig nog niet achter de rug. Zal de ACFTU, de staatsvakbond, echt vrij kunnen werken? Uit het boek blijkt dat er wel één en ander wijzigt. Er wordt hier en daar een succes geboekt. Bijvoorbeeld slaagde ACFTU er in om binnen te raken bij Wall-Mart, een stunt die de Amerikaanse bonden in het moederland nog niet geleverd hebben. Maar in dit gigantische land zijn ook de problemen gigantisch.

Naast deze transitie en de problemen die dat meebrengt, zijn er ook culturele verschillen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de stukken in verband met staking. Chinezen zien vakbond en de taak van een vakbond anders dan wij, al zal dat ook wel komen doordat hun ervaring met het kapitalisme nog pril is. De verhalen die Tjhoi optekende sterken me over het algemeen toch in mijn mening dat de Chinese vakbond slagvaardiger moet worden en dus los moet komen van de overheid. Dat is trouwens ook de mening van Wang Kan, actief in On Action, een ngo die vakbondswerk doet voor migrantenwerknemers en door Lu Ying, professor op rust en activiste voor vrouwenzaken. Overigens ben ik evenzeer van mening dat ook de overheid meer verantwoordelijkheid moet nemen ten aanzien van de Chinese werknemers en de toepassing van de internationale arbeidsconventies moet waarborgen. Er is nu wel de nieuwe wet op de Arbeidsovereenkomst en dat is een grote stap. Maar de overheid moet ook zorgen dat ze nageleefd worden; controle en sancties dus via de uitbouw van effectieve inspectiediensten.

Tjhoi slaat je niet om de oren met grote analyses. Zijn boek is meer een puzzel. Elke geïnterviewde brengt een stukje aan en de lezer moet die zelf in elkaar passen. Zonder pretentie en met open geest luistert Tjhoi naar mensen van allerlei slag die hij op zijn reis ontmoet. De auteur kiest er duidelijk voor ook meningen aan bod te brengen die hier bepaald niet als progressief beoordeeld zullen worden. Opvallend vond ik bijvoorbeeld de positieve commentaar van veel van zijn Chinese gesprekspartners over de overheid. 'Niet perfect, maar ze doet de laatste jaren toch veel goeds', luidt over het algemeen het oordeel. Alhoewel anderzijds ook meer dan eens gerefereerd wordt naar corrupte partijkaders. En het moet ook gezegd dat nogal wat Chinezen goed zijn in het omzeilen van vragen waarop ze niet willen of kunnen antwoorden. Dat lijkt me voor een westerse journalist behoorlijk frustrerend. Tjhoi doet er nochtans zijn beklag niet over, hij oordeelt ook niet, hij registreert de antwoorden. Ergens in het begin van zijn boek zegt de auteur wel dat hij een ander beeld wil brengen van China. Naar mijn mening is hij daar meer dan behoorlijk in geslaagd.

Al bij al ben ik hoopvol gestemd waar het China in het algemeen en de Chinese werknemers in het bijzonder betreft. Ik heb de indruk dat de meeste van Tjhoi's gesprekspartners redelijk vrijuit konden spreken. Laat me duidelijk zijn: niet alles is rozengeur en maneschijn in China. Ik heb voldoende internationale contacten om heel zeker te weten dat dat niet zo is. Maar ik lees - en merk zelf - dat de arbeiders zich er meer en meer van bewust zijn dat ze zich in een vakbond moeten kunnen verenigen. De staatsvakbond evolueert zelf ook. Er wordt geëxperimenteerd met een embryonale vorm van interprofessioneel overleg. Dat alles maakt dat ik toch voorzichtig optimistisch ben over de toekomst van de Chinese werknemer.

Luc Cortebeeck
ACV-voorzitter

 

 

 

 

 

 

China Express

Het boek is uiteraard verkrijgbaar in de boekhandel. U kunt het ook rechtstreeks bestellen bij uitgeverij EPO

meer lezen