extra info · Nepal · Nick Meynen
Inleiding
Net voor de pashoogte ontneemt een plotse sneeuwstorm ons elk zicht en spoor. De diepe sneeuw wordt een alles omhelzende muur. Begin oktober zou het zonnig moeten zijn, de periode dat lokale jakkaravanen afzakken naar de lager gelegen weides om er de winter door te brengen. We focussen op elke stap die ons dichter naar de boeddhistische gebedsvlaggetjes op de top brengt. Kleur in een witte wereld. Menselijke dankbaarheid uitgedrukt in schietgebedjes die volgens het lokale geloof op elke windzucht naar de andere wereld worden gedragen. We voegen onze eigen vlaggetjes toe, leggen zelf een kei op de steenhoop en laten de immense stilte en ruigheid van de hoge Himalaya doordringen.
Het getoeter van de gemotoriseerde beschaving ligt drie weken achter ons en we wanen ons in zuivere wildernis, ver van druk belopen paden tot we op een set opklapbare tafels en stoelen stoten. De groep Duitsers die we gisteren kruisten, de enige mensen die de pas in de laatste dagen overstaken, hebben de goden op hun eigen wijze bedankt voor de goede doortocht. Hun gids had ons al laten weten dat de lastdieren het erg moeilijk hadden op de pas. Het stond nochtans zo mooi op hun identieke zakken: Himalaya Ecological Trekking. Op de enige mogelijke kampplaats na de pas vinden we recent geopende blikjes, plastic flessen en ander afval. Een slagveld van ingesneeuwde idealen. Tijdens mijn verblijf in dit land kende ik momenten van intens geluk en van diepe teleurstelling, dubbelzinnige gevoelens die ook de Nepalezen niet vreemd zijn. In nauwelijks enkele generaties tijd kregen zij een waaier van hele, halve en valse kansen aangeboden. De laaggeschoolde dorpsvluchteling die uit pure ellende naar Kathmandu afzakt, moet de eindjes aan mekaar knopen in een wereld zonder mededogen of sociaal vangnet. De graficus die in Kathmandu kerstkaartjes voor de Nederlandse belastingdienst maakt, krijgt een goed loon en ziet zijn toekomst rooskleurig in. Feit is dat bijna iedereen in Nepal in sneltreinvaart kennismaakt met de nieuwe, geglobaliseerde wereld.
Dit verhaal begint in West-Nepal, het ideale vertrekpunt voor een boek over het land. In Nepal kwamen de koningen altijd uit het westen en de maoïsten begonnen daar hun strijd. Zieltjeswinnerij en toerisme staan er nog in de kinderschoenen, maar de vloedgolf van buitenlandse hulp dringt er wel al de huizen binnen. Tegelijk is de vooral in het Westen veroorzaakte klimaatchaos er erg tastbaar geworden. Naast fellere moessons vallen ook andere, geheel nieuwe zaken uit de hemel, zoals kogelregens uit Belgische minimi's.
Dit boek is geen verering van een exotische, premoderne wereld. Dat zou niet beantwoorden aan de aspiraties van heel wat Nepalezen die de globalisering verwelkomen in hun tot voor kort gesloten land. Gooi ook de kranten weg die zeggen dat we aan het deglobaliseren zijn omdat ze de wereldhandel een dip zien maken. Toerisme, klimaatverandering, ontwikkelingshulp, religieuze en spirituele uitwisselingen, bandbreedtes, economie, arbeid, informatie, migratie... het zijn evenveel lijnen die ver van elkaar gelegen punten verbinden en alle aardbewoners steeds dichter bijeenbrengen. In die chaotische wereld is het zoeken naar structuur en overzicht een nooit eindigende, maar zeer belangrijke opdracht.
Met de tien verhalen in dit boek wordt u een doorsnede aangeboden van het hedendaagse Nepal zoals het niet in uw reisgids beschreven staat. Het zal gaan over religie als politiek instrument, over toerisme en authenticiteit, over migratie, de internationale handel in kinderen, over ontbossing, ontwikkelingssamenwerking, de media, klimaatrampen, over de maoïsten en de hulpindustrie. Hoe de globalisering het leven van de Nepalezen verandert, wordt duidelijk in dit journalistieke reisverhaal.
