extra info · Interculturele intoxicaties · Erwin Jans


1. In staat van vrijwillige intoxicatie

De titel van dit essay Interculturele intoxicaties. Over kunst, cultuur en verschil bevat op z'n minst drie problematische termen: 'verschil', 'cultuur' en 'intercultureel'. Het zijn termen waarmee we de twee voorbije decennia meer dan vertrouwd zijn geraakt. Ze zijn de inzet van talrijke intense en zelfs verhitte academische en maatschappelijke discussies. Over identiteit en geschiedenis. Over migratie en mobiliteit. Over eigenheid en vreemdheid. Over de globalisering en de wereld die intussen een dorp zou zijn geworden. En over alle emoties, onzekerheden, twijfels, angsten en verwachtingen die daarmee gepaard gaan. Nochtans is het erg onduidelijk wat er precies met die drie termen bedoeld wordt. Ze zijn de inzet van een hevige definitiestrijd geworden. Daarom noem ik ze problematisch. Wat bedoelen we eigenlijk met 'cultuur'? Wat is 'verschil'? En hoe groot mag het zijn? En wat te zeggen van de vloedgolf van vaak tegenstrijdige betekenissen van de term 'intercultureel' (of 'multicultureel')? Misschien is de vierde term uit de titel nog het meest problematisch van allemaal: 'kunst'!

Op open zee

Zoveel problematische termen in een titel, dat is geen al te stevig vertrekpunt voor een essay. Daar ben ik me van bewust. Maar er valt niet veel aan te doen. We leven nu eenmaal in complexe tijden. De Japanse filosoof Nishida gebruikt een mooi beeld voor het moderne denken: het is als een schipbreukeling die op open zee het vlot in elkaar zet waarmee hij zichzelf moet redden. Denken is vanaf nu: nattigheid voelen. Het is als de Baron von Munchhausen die zich aan zijn eigen haar uit het water trok. Nishida's collega, de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, zegt hetzelfde maar met een ander beeld. Hij maakt een onderscheid tussen de 'klassieke' en de 'moderne' theorie. De klassieke theorie noemt Sloterdijk 'gelukkig' en 'joviaal'. 'Joviaal' verwijst etymologisch naar Jovis, Jupiter, de Romeinse oppergod (Zeus bij de Grieken). Van hoog op de Olymposberg kijkt hij neer op de mensenwereld. De klassieke theorie heeft of beoogt in elk geval een dergelijk panoramisch uitzicht: 'De klassieke theorie is een duik in wijdse perspectieven', aldus Sloterdijk.1 Dat panoramische overzicht behoort niet meer tot het instrumentarium van de moderne denker. De moderne theorie is een ongelukkige theorie. Zij is niet langer de contemplatie van een wijds perspectief, maar de confrontatie met een landschap van explosies en kraters. Het landschap is onherbergzaam geworden, moeilijk te betreden en nauwelijks nog te overzien. Een objectieve beschouwing van het huidige tijdsgewricht is onmogelijk: er bestaat geen contemplatieve theorie van de explosie. Nishida en Sloterdijk komen tot dezelfde conclusie: we zitten er middenin. We hebben geen vast punt meer waarop we kunnen steunen en van waaruit we de wereld kunnen overzien. Zoals de schipbreukeling bij Nishida zich moet overgeven aan de elementen om zijn vlot te kunnen bouwen, zo stelt Sloterdijk dat wie tot een diagnose van zijn tijd wil komen, zich door zijn tijd moet laten intoxiceren. Het denken wordt een koorts die op een specifieke intoxicatie reageert.2

Globalisering met gespleten tong

Globalisering is een in zichzelf gespleten concept, een woord met op zijn minst een dubbele tong, een vlijmscherp tweesnijdend zwaard: de nieuwe wereldorde is meteen ook de nieuwe wereldchaos geworden. Er is meer internationaal overleg dan ooit, en daarmee lijkt ook het wederzijdse onbegrip te groeien. Globalisering is tegelijk het dictaat van de monocultuur als de fetisjering van de multicultuur. Kapitaal en goederen circuleren wereldwijd, maar de kloof tussen rijk en arm wordt steeds problematischer. We leven in een wereld zonder grenzen die er meer trekt. Er circuleert meer informatie dan ooit voorheen, maar die informatie heeft minder en minder met communicatie te maken. De wereldburger zoekt zijn heil in lokale etnische, nationalistische en religieuze identiteiten. De individuele vrijheid groeit, maar die vrijheid is het product van een nooit geziene manipulatie door de commercie en de media... Deze processen en nog zoveel meer klinken bewust en onbewust mee wanneer we het woord globalisering gebruiken.
Het hoeft weinig betoog dat kunst en cultuur niet ongeschonden uit deze ontwikkelingen te voorschijn komen. Het zijn crisisbegrippen geworden (voor zover ze dat al niet altijd waren). We weten niet meer precies wat we bedoelen wanneer we ze gebruiken.

Interculturele koorts

Dit essay is een vrijwillige intoxicatie met problematische begrippen als: culturele diversiteit, cultureel verschil, interculturaliteit, multiculturaliteit, hybriditeit, relativisme, pluralisme, enz. Eigenlijk zouden we al die termen best vergeten. Ze zijn zo overgedetermineerd en zo ambigu dat ze nauwelijks enig houvast bieden. Toch blijven ze hardnekkig opduiken alsof ze willen wijzen op een realiteit die we nog altijd onvoldoende onder ogen durven zien. Zo wil ik ze ook behandelen. Niet als geijkte termen voor duidelijk aanwijsbare realiteiten, maar als appèls. Met alle gevolgen vandien. Ik wil hier met de lezer ook meteen open kaart spelen: het is nog maar de vraag of die begrippen op het einde van dit essay minder problematisch zijn. Want het gaat erom of de huidige omstandigheden daartoe aanleiding zouden kunnen geven. Ik kan alleen maar hopen dat de termen op een andere manier problematisch geworden zijn.
Als leidraad voor mijn tekst wil ik een uitspraak van Paul Gilroy nemen. Ze sluit perfect aan bij Sloterdijks appèl tot intoxicatie: 'Misschien moeten we ons afvragen wat er gebeurt als we de politieke implicaties van multiculturalisme omarmen in plaats van ze uit de weg te gaan. Dit hoeft niet ten koste te gaan van creativiteit en artistieke autonomie, maar het vereist wel een kritische kijk op de relatie tussen cultuur, geschiedenis en macht.'3 Multiculturalisme is met andere woorden geen 'agenda' voor de kunsten, maar een 'ethos'. Het is geen 'inhoud', maar een 'houding', geen 'dispositief' maar een 'dispositie'.
Wat zou een dergelijke kritische kijk op de relatie tussen cultuur, geschiedenis en macht voor Vlaanderen betekenen? Ik zie alvast drie grote termen van kritisch onderzoek: 1. de geschiedenis van de Vlaamse strijd, het Vlaamse nationalisme, en de verhouding tot Wallonië en de Franse taal enerzijds en tot Nederland en de Nederlandse taal anderzijds; 2. het Belgische koloniale verleden en de postkoloniale verhouding tot Zaïre/Congo; 3. het omgaan met de verschillende migrantengeneraties, de houding tegenover de islam en de integratiepolitiek. Het zijn drie assen van reflectie die een nieuw en onthullend licht kunnen werpen op begrippen als identiteit, natie, cultuur, eigenheid, gemeenschap, kolonialisme, ontwikkelingshulp, assimilatie, integratie, stemrecht…

Een politiek van het verschil

Kunst heeft sinds het midden van de 19e eeuw met zichzelf leren omgaan als een autonome vorm van menselijke expressie, met een eigen geschiedenis, met eigen instellingen en met eigen evaluatiecriteria. Maar een groot deel van dit essay gaat over de vragen die extern vanuit 'de politiek van het verschil' aan dat autonome artistieke veld worden gesteld en hoe de kunsten daarop reageren of zouden kunnen reageren zonder hun verworvenheden te verliezen. Dat is voor de kunstbeschouwing geen evidente stap.
In een belangrijke studie Urban Paradoxes: Lived Citizenship and the Location of diversity in the Arts formuleert de Nederlandse onderzoekster Sandra Trienekens een cruciale paradox in de omgang met culturele diversiteit in de kunsten: 'De grote paradox betreffende diversiteit in de kunst bestaat uit het streven om op basis van gelijkwaardigheid en met behulp van beleid, integratie en cohesie te realiseren maar dit resulteert in differentiatie, bestendiging en segregatie.'4 Sandra Trienekens komt tot haar conclusies na uitgebreid veldonderzoek in Rotterdam en Manchester. Ik kom op deze analyse nog terug. Er zit dus iets grondig fout in de relatie tussen het cultuurbeleid en de culturele sector enerzijds en de culturele diversiteit anderzijds. Er zijn structurele en ideologische mechanismen aan het werk die beide werelden apart houden. Vanuit een ander perspectief leg ik in dit boek dezelfde mechanismen bloot.

De kunst van het vlotten maken

Voor een essay over de positie van de kunsten lijkt het dan ook erg lang te duren voordat de kunsten prominent in beeld komen. Dat gebeurt pas in de tweede helft van het boek. Dat heeft alles te maken met de open zee in de metafoor van Nishida. Het vlot van de kunsten dobbert op een immense zee en wordt constant overspoeld door golven, stukken wrakhout uit het verleden, en wat de zee aan onverwachts aanvoert. Het eerste deel van het essay is een poging iets van die zee en golven te beschrijven. Met stukjes en brokjes uit de sociologie, filosofie, antropologie, cultuurwetenschappen, enz. wordt gewerkt aan een versteviging van het vlot. Dat maakt deel uit van het leven op open zee: we roeien met de riemen die we hebben.
Het onderwerp heeft een hoge graad van complexiteit. De opeenvolgende hoofdstukken behandelen de vragen naar cultuur en verschil vanuit verschillende perspectieven: filosofie, antropologie, sociologie, cultuurtheorie, enz. Het boek heeft geen lineaire opbouw, geen argument dat zich gestaag opbouwt en uiteindelijk zijn conclusies formuleert. De hoofdstukken zijn als lagen die op elkaar worden gelegd en niet altijd perfect passen. Er is ontzettend veel geschreven en gediscussieerd over cultuur en culturele diversiteit. Individuen en organisaties zijn al tientallen jaren bezig met het vormgeven, organiseren, analyseren van het samenleven in en met verschil. Het is essentieel dat deze ervaringen op een hoger niveau worden getild. Niet noodzakelijk een kwalitatief hoger niveau, maar een maatschappelijk breder.

Under construction

Termen als 'diversiteit' en 'verschil' en hun vele andere broeder- en zustertermen verwijzen niet naar een van de vele thema's van vandaag. Het gaat om het samenleven zelf. Om de mogelijkheid en zelfs de toekomst van het samenleven. Het gaat om het uitwerken van een nieuw samenlevingsmodel. Nieuw omdat ze geen optelsom is van wat er reeds is + de diversiteit. De diversiteit dwingt tot een herorganisatie en herdefinitie van het sociale, politieke en culturele. De multiculturele samenleving (in de neutrale betekenis van het samenwonen van verschillende culturele groepen) is een demografisch gegeven dat niet kan ongedaan gemaakt worden. Het getuigt van onvolwassenheid dat niet onder ogen te willen zien of te denken dat dit geen consequenties heeft voor het samenleven. Wat de samenleving aan overzichtelijkheid heeft verloren, kan ze in een open dialoog terugwinnen. Ik wil de 'multiculturele samenleving' (in de neutrale betekenis) daarom zien als een appèl, een oproep tot een 'stad der zienden' en tot een volwassen en realistische houding. Volwassenheid heeft hier paradoxaal genoeg te maken met een voldoende hoog niveau van intoxicatie.
De multiculturele samenleving heeft de voorbije jaren een slechte naam gekregen. De gebeurtenissen van 11 september 2001 en andere aanslagen in en buiten Europa, de bedreiging van politici, de moord op Theo van Gogh in Nederland, de rellen in de Parijse voorsteden, enz. hebben het klimaat verhard. De standpunten zijn onverzoenlijker geworden en een open dialoog lijkt verder weg dan ooit. Het debat heeft zich toegespitst en verengd tot een discussie over de plaats van de islam. Termen als 'multicultureel drama' en 'multiculturele desintegratie' zijn gemeengoed geworden. De integratie zou zijn mislukt, de tolerantie een naïeve illusie, enz. De 'multiculturele samenleving' is in een ernstige crisis geraakt. En misschien is dat niet eens zo slecht. Misschien is dat wel een van de grote kansen. Van voetballer Johan Cruyff komt de onsterfelijke oneliner: 'Ieder nadeel hep ze voordeel'. Dat geldt ook hier. Er valt veel voor te zeggen dat we in het verleden erg naïef zijn geweest over het multiculturele samenleven. We staan niet aan het einde van iets (tenzij van de illusie dat die multiculturele samenleving zonder slag of stoot tot stand zou komen) maar aan het begin. De multiculturele samenleving is niet mislukt, ze is in aanbouw. Het is een gigantische bouwwerf. De stukken en brokken om ons heen zijn niet de resten van een ingestort bouwwerk, maar de al dan niet stevige stellingen om die samenleving te bouwen.

De gestus van de cultuur

Cultuur is het snijpunt van de waarden, tradities, mythes, trauma's, verlangens en toekomstprojecties van een gemeenschap of een sociale groep. Cultuur is het vitale netwerk van verwijzingen en samenhangen waarin een gemeenschap of sociale groep zichzelf herkent en bevraagt, en tegelijk openstaat voor de anderen. Cultuur is nooit één en ondeelbaar. Cultuur is altijd 'multi' en 'inter'. We bevinden ons steeds temidden van een veelheid aan culturele posities en uitdrukkingsvormen. Zich beroepen op 'culturele eigenheid' is daarom een zeer ambigue houding. Cultuur heeft minder met harmonie en geborgenheid te maken, dan met ontmoeting, conflict en onderhandeling. Die dynamiek is de vitaliteit van cultuur. De Franse filosoof Jean-Luc Nancy herdefinieert cultuur en plaatst de 'multi-cultuur' in het hart van iedere cultuur: 'Iedere cultuur is wezenlijk "multicultureel", niet alleen omdat er altijd al een voorafgaande acculturatie was, en omdat er niet zoiets bestaat als een pure en zuivere oorsprong, maar, op een dieper niveau, omdat de gestus van de cultuur altijd een gemixte gestus is: om te provoceren, te confronteren, te transformeren, af te leiden, te ontwikkelen, opnieuw samen te stellen, te combineren, te kanaliseren.'5 Alle werkwoorden die hier gebruikt worden, verwijzen naar activiteit, beweging en verandering. Cultuur valt met andere woorden nooit volledig samen met zichzelf.