extra info · De Filipijnen · Joris Smeets


Woord vooraf

Weinig ervaringen hebben zo'n indruk op me gemaakt als mijn drie reizen naar de Filipijnen. De eerste reis, in de zomer van 2002, duurde een maand. Van oktober 2005 tot en met april 2006 verbleef ik er een langere periode. In het najaar van 2007 duurde mijn bezoek opnieuw een maand.
Het schrijven van dit boek heeft me verplicht na te denken over wat die drie reizen voor mij betekend hebben. In mijn hoofd had zich na verloop van tijd een enorme collage gevormd: mijn herinneringen waren opgebouwd uit talloze flarden van gesprekken en beelden die in mijn geheugen waren gebrand. Op die manier was een caleidoscopisch beeld ontstaan van een ongelooflijk boeiend land met een inspirerende bevolking. Het was niet eenvoudig om deze indrukken geordend op papier te krijgen en de rijkdom van deze ervaringen in woorden uit te drukken.

Reizigers naar exotische bestemmingen keren vaak naar huis terug met een idyllisch beeld van het bezochte land. Soms willen we stiekem misschien wel ruilen met de plaatselijke bevolking, want 'ze hebben dan wel minder rijkdom en luxe', maar is hun leven ook niet 'veel eenvoudiger' dan het onze? Ik beweer niet dat deze uitspraak nooit opgaat, maar ik geloof dat dit vaak een bedrieglijke voorstelling van de realiteit is, gevoed door ons onbestemde verlangen naar een andere manier van leven. Dit boek is zeker geen klaagzang over de wantoestanden die de Filipijnse archipel teisteren, maar ik tracht wel te beschrijven hoe onder het oppervlak van de Filipijnse samenleving dingen broeien die voor een toerist vaak onzichtbaar blijven.
Je kunt in de Filipijnen niet ontsnappen aan de ellende waar de bevolking mee geconfronteerd wordt, maar ik zou de inwoners onrecht aandoen als ik hun land afschilder als een hopeloos geval. Zovelen onder hen ijveren immers elke dag opnieuw met hart en ziel voor de verbetering van hun lot en dat van de allerarmsten. Sommige Filipino's die ik ontmoette riskeren hun leven omdat ze zich inzetten voor de rechten van hun volk. Het was een voorrecht hen te leren kennen. Wat zij doen, verdient om verteld te worden.
Mijn periode in de Filipijnen zie ik nu vooral als een reeks ontmoetingen met een verscheidenheid aan mensen, van de voorzitster van de Cordillera People's Alliance (CPA), over een professor in Manila tot een boer uit een vergeten bergdorpje of iemand die toevallig naast me zat op de bus. Zij en zovele andere Filipino's hebben hun verhaal met me gedeeld en op die manier bijgedragen aan het beeld dat ik me van hun land en haar inwoners heb gevormd. Met dit boek hoop ik de lezer op zijn beurt met al deze mensen kennis te laten maken. Ik heb ginds velen van hen beloofd dat ik hun verhaal zou vertellen wanneer ik terug in België was. Dit boek schrijven was voor mij geen eenvoudige opgave, maar het is een schuld die ik met plezier en overtuiging inlos.

Dit boek wordt ondersteund door Stop the Killings in the Philippines!, een breed platform dat voornamelijk wordt gedragen door vakbonden en ngo's. In 2006 bracht dit platform maar liefst 1000 mensen op de been voor een protestmars tegen de politieke moorden op de Filipijnen, een bewijs dat men zich in België wel degelijk bewust is van de mensenrechtensituatie in het land, ook al wordt daar in de media weinig aandacht aan besteed.

Ik dank de mensen van uitgeverij EPO die mij de kans hebben geboden dit boek te schrijven en me steeds hebben bijgestaan: Jos Hennes, Hugo Franssen en Guy Jacobs. Dank ook aan Els Van der Sypt. Ewein Maene en Wim De Ceukelaire dank ik voor hun nauwgezette redactie van en constructieve commentaren op de tekst.
Mijn vrienden (in Antwerpen, Overpelt, Leuven of waar dan ook…) die al te vaak moesten horen dat ik toch maar beter thuis bleef om wat te schrijven, bedank ik uit de grond van mijn hart voor hun begrip en geduld.
Uiteraard ook dank aan mijn ouders, want zonder hun steun had ik niet eens kunnen ingaan op de eerste uitnodiging die ik kreeg om de Filipijnen te bezoeken.

Joris Smeets
Antwerpen, april 2009