Auteur in de kijker: Jaap Kruithof (1929-2009)
![]() (foto Filip Claus) |
‘Drie huizen heb ik bewoond. Het eerste, het protestantse,
was het milieu waarin ik als kind opgroeide. Ik verliet het als
jonge man omdat mijn wetenschappelijke opleiding me van
alle ingeprente geloofswaarheden verwijderde. Mijn tweede
woonst was die van de humanisten, de bewuste niet-gelovigen
die de autonomie van de mens verdedigen. Als zij, alleen aan
zichzelf denkend, het buitenmenselijke blijven opofferen en
hun uitgangspunten niet wijzigen, moet ik ook dat milieu
vaarwel zeggen. In het derde huis, dat van het socialisme
– niet te verwarren met de sociaaldemocratie – blijf ik wonen.
Ik zal mijn solidariteit met allen die de kapitalistische
onderdrukking van de mens door de mens bestrijden, nooit
opgeven. Op voorwaarde dat in de socialistische visie ook de
planetaire totaliteit met alles wat daarin leeft de waarde krijgt
die haar toekomt.’ |
Nieuw boekOp 25 februari 2009 overleed Jaap Kruithof. Nu is een keuze uit zijn werken gebundeld: Jaap Kruithof. Teksten voor de toekomst. Eigentijds en bruikbaar, inspiratie voor een brede kijk op de wereld. Dwarsdenker over Jaap KruithofVier fragmenten uit het VRT-programma (toen nog BRT2) uit 1999: fragment 1 - fragment 2 - fragment 3 - fragment 4 KerncitatenBoeken bij EPO |
|
In 1984 kwam hij voor het eerst naar onze uitgeverij. Met het eerste boekdeel
van Arbeid en lust, een werk over zijn sociale filosofie. Een titel die
zoveel zegt. Arbeid en lust. Jaap Kruithof was een noeste, gedisciplineerde arbeider. Werken was zijn lieve leven. Zoals bij zijn vader, een ingenieur uit Delft die een baan vond bij Bell Telephone. ‘Mijn vader werkte dolgraag. Ik keek ontzettend naar hem op. Wie wil er nu zo graag werken? Ik heb hem een beetje nageaapt. Mijn vader zei altijd tegen mijn moeder: “Eerst het werk, dan het meisje!” “Heb je het gehoord?” vroeg ik mijn vrouw Els. Bij mij is het precies hetzelfde. Alles is werken. Werken is liefhebben en liefhebben is werken. Luie minnaars, daar kun je van op aan, dat wordt niks met die verhouding.’ ‘Ik denk wel dat dit boek mijn politiek testament is. Ik ben te oud om te
denken dat ik eeuwig leef. Ik ga dus zeker de volgende jaren niet nog eens zo’n
kanjer schrijven.’ Dat vertelde hij toen tien jaar geleden het boek Het neoliberalisme
uitkwam. Maar daarna wrong hij zich toch weer in het keurslijf van een boek: Het humanisme. Filosofen zijn vermetel. Ze zoeken altijd naar een hogere orde. Dan moet je
eerst door de chaos. In het geval van Jaap Kruithof: ‘De wereld gaat eraan!
Gelooft gij nog in God? Dat is het probleem niet. Dat is één van de honderden
problemen. Dat de vuilnisbak niet op tijd opgehaald wordt, is ook belangrijk.
De filosoof is de man die verbanden legt tussen vraagstukken, ze in het grotere
geheel plaatst. Weet u, filosofie is niks anders dan dieper nadenken over het
geheel. Filosofie die niet over de maatschappij handelt, is masturbatie van de privéziel.’ Jaap Kruithof was antipostmodern. De postmodernistische filosofie beweert dat de tijd van de grote verhalen voorbij is, dat er geen geloofwaardige overkoepelende ideologieën of wereldbeelden meer bestaan. Gelukkig zijn er mensen zoals Kruithof om erop te wijzen dat een dergelijke deconstructie alleen maar dient om dat andere grote verhaal buiten beschouwing te laten: het kapitalistische wereldsysteem. Jaap Kruithof sprong regelmatig binnen op de uitgeverij. Twee hoog de trappen
op om te overleggen over werk en wereld. We keken er altijd naar uit naar die
breekmomenten. Hij vertelde dan ook over zijn kinderen en kleinkinderen. En over
zijn vrouw Els. Hoe goed het was haar ’s nachts vertrouwd naast zich te voelen,
terwijl hij zijn beslommeringen en overpeinzingen ontrafelde alsof het in de war
geraakte netten waren. Jos Hennes en Hugo Franssen (uitgeverij EPO) | ||
Kerncitaten uit het werk van Jaap KruithofFilosofie en moraal'Ik heb altijd getracht van studenten mensen te maken die ideeën au sérieux nemen, die dus niet per ongeluk denken maar beslissen te denken. Die geen stof slikken maar ze autonoom verwerken. Tegenspreken dus, eigen gronden aanbrengen, het debat verruimen.' (Dwarsdenken, p. 11 / EPO 1989) 'Mensen die half slapend door het leven gaan, moeten worden gewekt. We moeten ons niet neerleggen bij wat fout loopt. We hebben geen goedkope verhalen nodig, maar grondige inzichten. We vechten voor een ecocentrisch natuurbesef, tegen de maatschappelijke apathie, het egocentrische individualisme en het cynisme. Overal moet de degradatie van de kwaliteit worden bestreden.' (Het neoliberalisme p. 520 / EPO 2000) 'Het doel, zeggen de marxisten, is de vrijheid van de enkeling. Om dit te bereiken is vrijheid van allen, van de gemeenschap nodig. de individuele vrijheid veronderstelt aldus de collectieve vrijheid. Deze vrijheid is slechts te realiseren door de praxis, d.i. het arbeidsproces.' (Vrijheid en vervreemding, p. 41 / EPO 1984). Marx / Socialisme'Aan Marx heb ik veel te danken. Door hem ben ik tot in het merg antikapitalistisch geworden en gebleven. De nadruk op economische processen, de discrepantie tussen de gebruikswaarde en de ruilwaarde, de strijd om de meerwaarde, de arbeidsantropologie, de klassentegenstellingen en de klassenstrijd, het zijn inzichten die mijn wereldbeeld blijven bepalen.' (Links en Rechts, p. 9 / EPO 1983) 'Drie huizen heb ik bewoond. Het eerste, het protestantse, was het milieu waarin ik als kind opgroeide. Ik verliet het als jonge man omdat mijn wetenschappelijke opleiding me van alle ingeprente geloofswaarheden verwijderde. Mijn tweede woonst was die van de humanisten, de bewuste niet-gelovigen die de autonomie van de mens verdedigen. In het derde huis, dat van het socialisme - niet te verwarren met de sociaaldemocratie - blijf ik wonen, op voorwaarde dat in de socialistische visie ook de planetaire totaliteit met alles wat daarin leeft de waarde krijgt die haar toekomt.' (De Mens aan de Grens p. 220 / EPO 1985) 'Voor de wanhopigen, de ontmoedigden, de gedemoraliseerden die het niet meer zien zitten, blijft er een boodschap: na de modellen die nu bezwijken, zullen er nieuwe komen. Als socialisten hier verslagen worden, duiken ze noodzakelijkerwijze elders op. Omdat het kapitalisme niet in staat is wat dan ook fundamenteel op te lossen.' (Socialisme en vrijheid, p. 29 / EPO 1990). Neoliberalisme'Nooit, nooit was er in de wereldgeschiedenis zo'n schrijnende ellende, zoveel ontoelaatbare onrechtvaardigheid, zo'n gebrek aan zorg, zoveel geweld en onderdrukking. De wereld is een stinkende puinhoop geworden.' (Het neoliberalisme p. 65 / EPO 2000) 'Overal ter wereld wordt er druk geprivatiseerd. Het particuliere kapitaal verovert het publieke domein. (…) Er is sprake van een algemeen offensief tegen de openbare ruimte. Het gaat over een uitverkoop van wat vorige generaties met veel doorzettingsvermogen hebben verwezenlijkt. (…) Door de privatiseringsrage worden in Europa de laatste staatsmaatschappijen opgejaagd. Staten verkopen hun beste kluiven. Voor ons land verwijzen we naar drie banken, het Krediet aan de Nijverheid, het Krediet aan de Landbouw en de ASLK. De verkoop van laatstgenoemde maatschappij verliep in drie stappen. Het derde stuk werd in december 1998 afgestaan aan Fortis. Waarom verkoopt de overheid haar beste spullen? (…) Privatisering en liberalisering bedreigen de toekomst van de verzorgingsstaat. Als de sociale zekerheid systematisch wordt uitgehold, staan we voor de afbraak van dat model. Binnenkort zal de 'assurantie' het klassieke sociale overleg vervangen. (Het neoliberalisme p. 116-118 / EPO 2000). In 2000 al visionair over de crisis'Wat als sommige maatschappijen de hun toevertrouwde kapitalen verkeerd beleggen en daardoor grote verliezen lijden? (…) Privatisering leidt voor de gewone man, die zijn spaarcenten en kleine beleggingen wil beveiligen, tot onzekerheid en wantrouwen ten aanzien van de toekomst. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met zijn pensioen? De overheid heeft de beheerders van pensioenfondsen gemachtigd hun gelden te beleggen in het buitenland, in de sectoren van het onroerend goed, de bedrijven en de banken. Tevens kwamen er verschuivingen van veiliger langetermijnbeleggingen naar meer risicogeladen kortetermijnplaatsingen. Een negatief gevolg was dat er meer riskante, wilde beleggingen volgden, soms met forse meerwaarden, soms met minder gunstige gevolgen. Het speculeren met pensioenfondsen door Maxwell is geen serieuze observator vergeten.' (Het neoliberalisme, p. 118 / EPO 2000) 'Het zwaartepunt van de uiteindelijke macht op wereldvlak verlegt zich naar de megasystemen en banken. Langzaam maar zeker komt het algemene verloop in hun greep. De klassieke natiestaten zijn niet bij machte die ommekeer te verhinderen. Daardoor wordt de wereldgeschiedenis voortaan oncontroleerbaar. De megasystemen hebben de evolutie evenmin in handen wegens hun weinig stabiele basis en hun engagement in een ongenadige concurrentie die niemand beheerst. Wie kan de ontwikkeling van de beurs nog beïnvloeden, laat staan controleren? De centrale banken van de klassieke mogendheden hebben hun beste tijd gehad. Wat overblijft is het recht van de sterkste.' (Het neoliberalisme p. 121 / EPO 2000). | ||


